Coalitie van Nederlandse multinationals breekt lans voor groenere containerscheepvaart

Het werd dé duurzaamheidspilot van het voorjaar van 2019. Een containerschip voer op een mengsel van bunkerolie en 20 procent biobrandstof van Rotterdam naar Shanghai en weer terug. Dat lijkt misschien niet zo indrukwekkend, maar nooit eerder werd zo’n lange zeetocht door zo’n groot vaartuig op een biobrandstofmengsel afgelegd. Bovendien verliep de tocht zo gesmeerd dat rederij Maersk dit jaar Eco Delivery als commercieel product kan aanbieden en brandstofleverancier Shell met meerdere grote scheepvaartbedrijven aan de slag is om nog hogere percentages biobrandstof te realiseren.

Waar normaal gesproken scheepvaartbedrijven het initiatief nemen tot de ontwikkeling van duurzaam vervoer, waren het nu de grote verladers FrieslandCampina, Heineken, Philips, DSM en Unilever die aan de wieg stonden van de biobrandstofpilot. Deze grote klanten willen schoner transport voor de miljoenen tonnen goederen die zij jaarlijks internationaal afzetten. Samen met Shell, AkzoNobel en KLM maken zij deel uit van de Dutch Sustainable Growth Coalition (DSGC). Deze coalitie - onder leiding van oud-premier Jan Peter Balkenende en gesteund door VNO-NCW en adviesbureau Accenture - zet zich in voor de 17 ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Met concrete acties willen de multinationals laten zien dat zij daadwerkelijk impact maken en hun pleidooi voor een betere wereld niet bij mooie woorden blijft. De biobrandstofpilot was hun eerste innovatieproject. Het moest leiden tot een flinke reductie van de CO2- uitstoot en daarmee tot een bijdrage aan VN-doel 13 (Klimaatactie). In aanloop naar de pilot startte Shell in 2018 laboratoriumtesten met biobrandstofmengsels en stelde Maersk zijn containerschip De Mette ter beschikking voor het experiment.

25.000 zeemijlen
De grote dag viel op 24 maart vorig jaar. Toen verliet de 400 meter lange Mette Maersk de Rotterdamse haven met 18.000 containers aan boord, klaar voor een tocht van 25.000 zeemijlen. Shells bunkerschip had De Mette voorzien van stookolie vermengd met 7 procent oud frituurvet. Een voorzichtige start, maar Shell had ervaring met dit lage percentage in de biodiesel voor het wegverkeer. Ook Maersk beperkte het afbreukrisico en stuurde speciale monteurs en reserve-onderdelen mee op reis.
Alle voorzorgsmaatregelen bleken echter niet nodig. Halverwege de heenweg werd het percentage biobrandstof zonder problemen opgevoerd naar 20 procent. De machines haperden geen enkele keer. “Dat was echt geweldig”, zegt Pepijn van den Heuvel, projectleider bij Shell. “Niemand had gerekend op zo’n vlekkeloos experiment.” De pilot leidde tot een reductie van de uitstoot van 1500 ton CO2. Dat is gelijk aan de jaarlijkse CO2-uitstoot van ruim 200 huishoudens of 12 miljoen autokilometers (300 keer rond de wereld).

Drop-in fuel
Van den Heuvel: “Het is bijzonder dat we met die 20 procent de biodiesel voor de auto’s voorbij geschoten zijn. Daarin zit slechts 7 procent biobrandstof. Bij Shell doen we nu veel meer testen met energiemengsels voor de scheepvaart, waarbij we het percentage biobrandstof opvoeren tot wel 50 procent. Ook testen we andere biobrandstoffen dan oud frituurvet. Allemaal reststromen die op termijn nodig zijn om volumes te vergroten, zoals huishoudelijk afval en houtsnippers van productiebossen.”
Shell en de andere leden van de DSGC realiseren zich dat deze brandstof geen structurele oplossing voor de lange termijn is. De lucht- en watervervuiling door de containerscheepvaart wordt weliswaar flink gereduceerd, maar voor een verdere verbetering van de luchtkwaliteit is een combinatie met alternatieve energie nodig, zoals  bio-LNG, waterstof of elektriciteit. Die energiebronnen vereisen echter compleet andere machines en schepen. Daar zijn gigantische kosten mee gemoeid. “Het bijmengen met biobrandstof op bestaande schepen is een oplossing voor de korte termijn”, erkent Van den Heuvel, “maar daarmee zijn milieutechnisch al grote resultaten te behalen. Daarom noemen we het ook drop-in fuel. Je kunt er vandaag mee gaan varen.”

Eco delivery
Dat ziet de markt ook. Maersk lanceerde in juni, pal na terugkomst van De Mette in de Rotterdamse haven, een nieuw commercieel product: Eco Delivery, containers die op biofuel ‘varen’. Modebedrijf H&M hapte direct toe. Ook andere containerrederijen en aan de scheepvaart gerelateerde bedrijven, zoals Van Oord en MSC, waren geïnteresseerd en zijn samenwerkingen met Shell aangegaan om nieuwe biobrandstofmengsels te testen of af te nemen. Maersk en Shell continueren ondertussen hun R&D-samenwerking op dit gebied.
Gedurende de DSGC-pilot is een berekening ontwikkeld waarbij de kosten van biobrandstof (hogere prijs dan stookolie en keurmerkkosten) en de opbrengsten in CO2-reductie worden opgenomen in de prijs van een container. De vooralsnog hogere prijs nemen verladers en scheepvaartbedrijven voor lief als op deze manier gezamenlijk een impuls wordt gegeven aan groener transport. Ondertussen werkt Shell hard aan kostenreductie, niet alleen door te experimenteren met goedkopere biobrandstoffen maar ook door in de keten processen te optimaliseren, onder meer via grotere volumes en kostenefficiënt transport. 

Versnelling
DSGC-voorzitter Jan Peter Balkenende kijkt tevreden terug op het project. “De pilot heeft aangetoond dat een sterke samenwerking van verladers, reder en brandstofleverancier leidt tot een versneld innovatietraject om tot inzicht en acceptatie van de toepassing te komen. De ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties kunnen uitsluitend worden gerealiseerd als er in de keten wordt samengewerkt. Ik ben heel blij dat dit voor ons klimaatproject gelukt is. Vanuit de DSGC zullen we die samenwerking blijven opzoeken en stimuleren. We zullen ook voor andere VN-doelen in actie komen.”

Meer informatie over en resultaten van de clean shipping pilot vindt u hier